“Ik vind dat je wat meer van je Santiago de Compostela-dagboek moet toevoegen aan je verhaal.”
Mijn schoonmoeder zei het bijna terloops. Alsof ze een ontbrekend ingrediënt in een recept had ontdekt.
“Want uiteindelijk is dat toch het echte begin van dit verhaal,” voegde ze toe.
Ik glimlachte.
Want ze had gelijk.
Santiago is inderdaad het begin van dit verhaal.
Sterker nog, als ik eerlijk ben, is Santiago misschien wel het begin van alles wat daarna kwam. Niet letterlijk natuurlijk. Ik bestond immers al enkele jaren voor ik mijn rugzak omgorde en samen met mijn hond Quila richting Spanje begon te stappen. Maar als ik vandaag terugkijk op de grote lijnen van mijn leven, loopt er een duidelijke scheidingslijn tussen de periode vóór Santiago en alles wat daarna kwam.
Veel keuzes die ik later maakte, veel dingen die ik leerde, veel mensen die ik ontmoette, lijken rechtstreeks of onrechtstreeks terug te leiden naar die tocht.
En toch aarzel ik.
Niet omdat ik het geen goed idee vind. Integendeel. De gedachte alleen al maakt me nieuwsgierig naar wat er zou gebeuren als ik die oude teksten opnieuw opensla.
Maar daar zit precies het probleem.
Ik heb duizenden pagina’s geschreven tijdens mijn tocht naar Santiago de Compostela. Duizenden. Ik schreef over landschappen, ontmoetingen, angsten, blaren, mislukte navigatiepogingen en die merkwaardige momenten waarop een volslagen vreemde plots meer over je leven lijkt te weten dan mensen die je al jaren kennen.
Ik schreef omdat ik bang was om het te vergeten.
Wat ik toen niet wist, was dat vergeten helemaal niet het probleem zou worden.
Integendeel.
Sinds mijn terugkeer heb ik die teksten nauwelijks nog gelezen.
Niet omdat de reis tegenviel. Niet omdat ik me schaam voor wat ik schreef. Niet omdat het slechte teksten zijn. Maar omdat het herlezen ervan me op een vreemde manier verdrietig maakt.
Dat klinkt misschien ondankbaar. Wie wordt er nu verdrietig van één van de mooiste ervaringen uit zijn leven?
Blijkbaar ik.
Misschien omdat nostalgie een veel ingewikkelder gevoel is dan we vaak denken. Het is niet alleen het plezier van een mooie herinnering. Het is ook het besef dat die herinnering nooit meer precies hetzelfde beleefd kan worden.
Tijdens die 3.100 kilometer lange tocht leefde ik maandenlang in een wereld die volledig verschilde van alles wat ervoor kwam.
Iedere ochtend begon met dezelfde eenvoudige vraag: waar wandel ik vandaag naartoe?
Dat was het.
Geen vergaderingen. Geen deadlines. Geen boodschappenlijstjes. Geen agenda die vijf weken vooruit gepland moest worden.
Alleen een rugzak, een paar wandelschoenen en een weg die ergens aan de horizon verdween.
Dat leven had iets verslavends.
Niet omdat het gemakkelijker was. Vaak was het net veel moeilijker. Mijn voeten hebben meermaals overwogen om collectief ontslag te nemen. Er waren dagen waarop de regen dwars door mijn kleren trok. Dagen waarop ik me afvroeg waarom een normaal mens vrijwillig tientallen kilometers per dag stapt terwijl er toch perfect bruikbare vervoersmiddelen bestaan.
Maar zelfs op die moeilijke dagen voelde alles helder.
Eenvoudig.
Essentieel.
En toen kwam het einde.
Zoals elk avontuur eindigt, eindigde ook Santiago.
Ik herinner me nog hoe mensen me kort na mijn terugkeer vroegen om lezingen te geven en presentaties te verzorgen over de tocht.
Aanvankelijk vond ik dat een geweldig idee. Natuurlijk wilde ik vertellen over wat ik had meegemaakt.
Dus zei ik ja.
Meermaals.
Tot ik begon te merken wat die presentaties met mij deden.
Elke keer opnieuw bracht ik het publiek terug naar Spanje. Ik haalde foto’s boven. Vertelde verhalen. Beschreef de landschappen. De ontmoetingen. De lange dagen op de weg.
Mensen luisterden aandachtig. Ze stelden vragen. Ze lachten op de juiste momenten. En ik genoot ervan.
Tot het afgelopen was.
Want dan gingen de lichten weer aan. De projector werd uitgezet. De stoelen schoven achteruit. Mensen trokken hun jas aan en gingen naar huis.
En ik bleef achter met een gevoel dat ik moeilijk kon benoemen. Alsof ik net een deur had geopend naar een leven dat niet meer bestond. Alsof ik voor een paar uur had mogen terugkeren naar een plek waar ik eigenlijk niet meer kon blijven.
Dat gevoel werd zo sterk dat ik op den duur stopte met lezingen geven. Niet omdat ik het publiek niet leuk vond. Niet omdat ik niet graag vertelde. Maar omdat afscheid nemen van Santiago blijkbaar niet iets was dat je één keer doet.
Blijkbaar kun je jarenlang blijven afscheid nemen van een reis.
Gek eigenlijk.
Één van de mooiste periodes van mijn leven, en toch vermeed ik jarenlang om er opnieuw in onder te duiken.
Misschien omdat sommige herinneringen te kostbaar zijn om er achteloos doorheen te bladeren. Zoals een bundel oude brieven in een doos op zolder. Je weet precies waar ze liggen. Je weet wat erin staat. En net daarom laat je ze dicht.
Niet omdat je terug verlangt naar de plaats, maar naar de persoon die je toen was. Naar een periode waarvan je weet dat ze voorgoed voorbij is.
Toch blijft de opmerking van mijn schoonmoeder door mijn hoofd spelen.
Want ze heeft gelijk.
Dit boek begint niet op het moment waarop ik dacht dat het begon.
Het begint daar.
Op een stoffig pad ergens in Frankrijk.
Met een rugzak die te zwaar was, schoenen die al betere dagen hadden gekend en iemand die nog geen idee had hoeveel die wandeling haar leven zou veranderen.
Misschien wordt het inderdaad tijd om dat dagboek opnieuw open te slaan.
Niet omdat ik terug wil naar Santiago.
Maar omdat ik eindelijk begin te begrijpen dat Santiago nooit helemaal is weggegaan.
Misschien was die wandeling nooit een hoofdstuk op zich.
Misschien was het gewoon de eerste bladzijde.

Je beschrijft perfect wat ik al 12 jaar voel, maar zelf niet onder woorden kon brengen. Het leven voor, tijdens en na de Camino. En wat er allemaal gebeurde erna.
In je leven doe je wat je denkt te moeten doen.
Het is goed dat je sommige dingen van je kan afschrijven maar vluchten uit de realiteit kan niet en hoeft ook niet, leer er gewoon mee omgaan.
Ik vond het aangenaam om te lezen maar laat het nu achter voor wat het is.
Jij weet perfect hoe je in het leven staat.
Vergeet het verleden, leef in heden en denk een klein beetje aan de toekomst.
Succes bij het bewandelen van je verdere levenspad.