Voor de zoveelste keer in mijn leven heb ik besloten een boek uit te geven.
Nee, dit is niet de eerste keer dat ik dat besluit neem. Integendeel. Ik ben er al vaker aan begonnen. Elke keer met dezelfde combinatie van enthousiasme, ambitie en een merkwaardige overtuiging dat ik plots ergens een extra paar uren per dag zou vinden.
Dat extra paar uren bleek telkens een hardnekkige mythe.
Vijf pagina’s ver geraakte ik meestal wel. Soms zelfs iets verder. Genoeg om mezelf ervan te overtuigen dat het een geweldig idee was. Onvoldoende om er daadwerkelijk een boek van te maken. Daarna gebeurde wat altijd gebeurt: het leven begon weer. Het werk. De verplichtingen. De eindeloze lijstjes. En de vaststelling dat een dag, hoe je het ook draait of keert, nog altijd maar vierentwintig uur telt.
Mijn halve manuscripten verdwenen vervolgens naar de plek waar goede voornemens naartoe gaan wanneer niemand kijkt. Onderaan een lade. Tussen oude notities, vergeelde ideeën en plannen die nooit werkelijkheid zullen worden.
Maar dit keer is het anders.
Niet omdat ik plots meer tijd heb. Niet omdat ik plots gedisciplineerder ben geworden.
Nee, dit keer moet en zal het boek er komen omdat het verhaal simpelweg te mooi is om niet verteld te worden.
Sommige verhalen laten zich geduldig parkeren. Ze wachten rustig in een hoekje van je hoofd tot er ooit eens een geschikt moment opduikt. Dit verhaal is echter niet zo beleefd. Het blijft terugkomen. Tijdens wandelingen, onderweg in de auto, midden in de nacht wanneer ik eigenlijk zou moeten slapen. Het blijft zachtjes aan mijn mouw trekken en dezelfde vraag stellen: wanneer ga je mij nu eindelijk opschrijven?
En eerlijk? Het heeft gelijk.
Want hoe langer ik ermee bezig ben, hoe sterker ik besef dat dit verhaal niet thuishoort in een mapje op mijn computer. Het verdient papier. Een kaft. Lezers. Een plek buiten mijn eigen hoofd.
Dus hierbij leg ik mezelf publiekelijk een beetje vast. Een gevaarlijke strategie, maar vaak een doeltreffende. Het boek komt er. Deze keer geen vijf pagina’s, geen vergeten document en geen stoffige lade als eindbestemming.
Deze keer schrijf ik door.
Tot het laatste hoofdstuk.
